Focus – Kenya – Editorial

0
132

ACP, eenheid in verscheidenheid

Kenia, Zuid-Afrika en Cuba, drie landen in de schijnwerpers van dit nummer; drie landen uit de groep van Afrikaanse staten, de Caraïben en de Pacific, een groep met 79 leden. Deze ‘ACP-landen’ hebben de gemeenschappelijke ambitie zich op duurzame wijze te ontwikkelen en zich progressief in te integreren in de wereldeconomie.

Waar situeren deze drie landen zich nu in dit omvangrijke programma? Volgens een studie gepubliceerd door Havas Horizons en het Choiseul Instituut bekleedt Kenia een zekere eerste plaats in het klassement van landen, die investeerders als zeer attractief vinden met het oog op expansie. Kenia is dan ook het voorbeeld bij uitstek van de economische heropleving in oostelijk Afrika. Volgens dezelfde studie beschikt Zuid-Afrika over een beurssysteem dat als een van de meest dynamische van het Afrikaanse continent mag worden beschouwd.  Ondernemingen vinden er vlot het kapitaal dat ze nodig hebben om te kunnen groeien,
terwijl de overheid er anderzijds een financiële bron aan overhoudt om ’s lands deficit in evenwicht te brengen. Ook Cuba tenslotte ontwikkelt zich gestaag verder in domeinen als handel, mobiliteit, bouw, en industrie. De ‘nieuwe economie’ krijgt er meer en meer vorm en oogt veelbelovend voor de toekomst van het eiland.

Drie zeer verschillende landen. Een bewijs van de diversiteit die onder het etiket ‘ACP’ schuilgaat. Ongeacht hun verschillen bieden de 79 landen een gemeenschappelijk perspectief: een groeiende middenklasse die als grootst opkomende markt ter wereld de
motor kan zijn van ongekende groei. Maar ook al zijn de opportuniteiten binnen de ACP-landen onbetwistbaar, er zal moeten rekening gehouden worden met lokale eigenheden, met de integratie van verschillende stadia van ontwikkeling, en de assimilatie van zowel informele als ongestructureerde economieën die er zich in de loop der tijd hebben genesteld. Zonder dan nog gewag te maken van exogene omstandigheden als de humanitaire crisis of de prijsdalingen van natuurlijke grondstoffen, die recentelijk voor zichtbare verschillen hebben gezorgd tussen de regio’s.

Gelijklopend hiermee heeft het ‘Cotonou Akkoord’, de in 2000 als vernieuwend bestempelde ruggengraat van het partnership tussen de EU en de ACP-landen, in de laatste jaren de context, waarbinnen het werkzaam is, zien veranderen. De nieuwe realiteit dicteert eerder invalshoeken van geopolitieke aard, dan wel
gestoeld op veiligheid en/of migratie. De strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad krijgt vanwege de autoriteiten meer aandacht dan economische, sociale en humane aspecten.

Gelet op zovele soms tegenstrijdige signalen is een zekere voorzichtigheid geboden. Maar als twintig jaar geleden investeren in de ACP-landen werd gezien als idealisme, dan leidt er het nu geen twijfel over dat landen negeren een zware vergissing zijn. Zelfs als hun economische integratie in de globale context minder succesvol is gebleken dan voorzien, dan nog bieden ze talrijke en reële commerciële opportuniteiten. Om deze opportuniteiten te grijpen, moeten ze echter objectief en risicobewust worden gewikt en gewogen op hun complexiteit en hun nuances. Wat dan weer een partnership met lokale spelers voor de hand liggend maakt, want zij vormen de sleutel tot succes met hun kennis van het lokale kader, de human ressources ter plekke, hun relatie met de officiële diensten, productontwikkeling, enz.

Vandaag, meer dan ooit, blijft onze Kamer met zijn raadgevers, zijn lokale vertegenwoordigers en zijn bilaterale sectiehoofden voor onze leden het aanspreekpunt bij uitstek, om zich op het pad der verovering te wagen van die opkomende economieën, die voortspruiten uit een groeiende diversificatie en uitdijende thuismarkten.

 

Guy Bultynck
Chairman, CBL-ACP